Amsterdam Dakar Challenge 2008 blog – Naar Senegal

Dakar2008_1277 Dakar2008_1250

Vandaag staat weer een lange dag op het programma. Niet zozeer in kilometers, maar vooral in tijd. Er staan ons slechte wegen te wachten en een lastige grensovergang naar Senegal. Daarnaast rijden we met een stuk of 18 auto’s in kolonne, wat ook de nodige vertraging zal opleveren. Om 7 uur staan we volgens afspraak allemaal klaar voor Auberge Sahara. Een dik half uur later gaan we ook daadwerkelijk op weg voor de ruim 300 kilometer naar Saint Louis.

Onze gids Benny neemt afscheid, hij gaat terug naar Nouadhibou en Dakhla om de volgende groep op te vangen. Sidi, die een andere groep begeleidde, gaat met ons mee naar de Senegalese grens. Het begin is een eenvoudige route naar het uitgebreide industrieterrein van Nouakchott. We zien hier veel borden van Chinese, Taiwanese, maar ook Malinese en Senegalese projecten voor water, cement en olie. Het terrein ligt in een woestijnachtig landschap, ernstig vervuild met willekeurig gedumpt afval op grote oppervlakten, afgewisseld door vervuilende fabrieken en depots. De weg loopt met een grote boog om het centrum van Nouakchott heen en is goed te rijden met ons lange konvooi. Ook de 27MC bakkies blijken een goed hulpmiddel om contact te houden met voor- en achterhoede.

Na een kilometer of 175 verlaten we plots de redelijk goede asfaltweg en slaan we een zandpad in. Er staan borden dat dit een priveweg is, zonder toegang voor publiek, maar het blijkt toch echt de kortste weg naar de grenspost bij Diama te zijn. De organisatie gebruikt deze kleine, minder goed bereikbare grenspost als alternatief voor de hoofdgrensovergang in Rosso, omdat het hier makkelijker en goedkoper is om een passavant voor Senegal te krijgen voor onze oude auto’s. Het is echter geheel geen makkelijke weg. Wel een mooie weg, waarbij de woestijn geleidelijk overgaat in een droge savanne. We zijn door de Sahara heen!

Het tempo, dat eerst rond de 60 of 70 kilometer per uur lag, gaat hier terug naar gemiddeld 30 of 40. We moeten regelmatig een voor een door mulle stukken zand, of om hele diepe gaten heen rijden. Ook rijden enkele mensen lek of krijgen problemen met losse uitlaten. De meeste problemen worden echter snel verholpen en we rijden gestaag door. Na ongeveer 60 kilometer komen we bij de uitgebreide wetlands van de Senegal rivier. Het landschap is hier plotseling veel groener en we zien veel meertjes en riviertjes. We passeren enkele kleine stinkende vissersdorpjes, waar mensen netten zitten te repareren of het water op gaan om te vissen. Ook lopen hier veel prachtige koeien met lange horens rond, die ook op het land als trekdieren worden gebruikt.

Zo’n 40 kilometer voor de grenspost rijden we langs een uitgebreid Mauritaans-Senegalees natuurpark, waar we veel watervogels zien. De weg loopt hier over een soort dijk, met rechts veel meren en links een soort rietlanden. De weg zit vol gaten en af en toe is het beter om rechts de dijk af te rijden en een route over de strandjes van de meren te kiezen. Op een gegeven moment staat de kolonne stil naast een grote Britse bushtruck die links van de dijk is afgegleden en tot de bodem vast zit in de modder. Het blijkt om een Zuid Afrikaanse man en vrouw te gaan die een iets te heftige uitwijkmanoeuvre hebben gemaakt en van de dijk afgegleden zijn, zo de modder in. De wagen helt vervaarlijk naar links en lijkt zo om te gaan vallen. Hier komt de 10 ton zware truck nooit zonder hulp uit. De linkerwielen zitten bijna een meter diep in de modder, tot op de assen. Ze zijn ten einde raad en zien onze groep als door de hemel gezonden. Het dichtstbijzijnde stadje is meer dan 100 kilometer ver, en er lijkt een hijskraan nodig te zijn om ze er uit te trekken. Dat gaat ze heel veel tijd en waarschijnlijk heel veel geld kosten.

Dakar2008_1339 Dakar2008_1351

Gelukkig hebben we geen haast (nou ja…) en drie vierwielaangedreven auto’s in de groep, waaronder de sterke Unimog. Met de hele groep en meer dan 10 scheppen proberen we een soort spoor in de modder te graven, zodat we de wagen achteruit de dijk op kunnen trekken. We maken lange kabels aan de wagen om deze met de drie trekauto’s te verbinden. De Unimog voorop, onze Pajero daarachter en de grote Patrol daar weer achter. De eerste poging mislukt en alle drie trekauto’s draaien alleen maar met een ruk richting de bushtruck. Er zit geen beweging in. Dan suggereert iemand om het andersom te proberen en de truck voorwaarts naar boven te trekken. We graven een spoor aan de voorzijde uit en hergroeperen de trekauto’s en sleepkabels. Een uur nadat we aankwamen geven de drie wagens weer vol gas en komt er beweging in de blauwe monstertruck. En plotseling komt de wagen los uit de modder en wordt hij met bruut geweld de dijk opgesleept. Een gejuich klinkt uit de grote groep mensen en de Zuid Afrikaanse man springt met z’n armen omhoog juichend uit de cabine. Zijn vrouw barst in tranen uit en iedereen feliciteert iedereen met de geslaagde en spectaculaire reddingspoging. We zijn trots dat onze Pajero hier een grote bijdrage aan heeft kunnen leveren. Het levert anderhalf uur vertraging op, maar deze wordt ruimschoots goedgemaakt door het goede gevoel iemand uit een heel benarde situatie te hebben bevrijd – en het door de Zuid Afrikanen beloofde gratis bier in de Zebrabar natuurlijk…

We gaan weer op weg. Na een kilometer of tien komen we bij een politiepost van het nationaal park, waar ‘entree’ voor het park moet worden betaald. We betalen 10 Euro per persoon en krijgen hiervan zowaar een bonnetje. Een kilometer of twintig verderop is de barrage de Diama en de Mauritaanse douanepost. Hier komen we vrij eenvoudig (half uurtje of zo) met een stempeltje doorheen en al vrij snel kunnen we de brug over de Senegal rivier oprijden. Aan het eind van deze brug is de Senegalese grenspost waar we met de hele groep achter een gebouw een parkeerplaatsje op worden geleid. Op deze plek ontmoeten we onze Senegalese gids/regelaar John, die de passavants en andere formaliteiten zal helpen regelen. Samen met Dakarduck chauffeur Daan proberen we alle bedragen zoals in het roadbook genoemd zoveel mogelijk centraal in te leveren. Ook zamelen we alle paspoorten in en leveren deze aan bij de douane. Vervolgens moeten alle auto’s in Senegal worden ingevoerd en ook dit handelen we zoveel mogelijk centraal af. Vooral Emile is druk bezig om alle paspoort en auto gegevens over te schrijven op de daarvoor bestemde formulieren.

Ondertussen worden we op de parkeerplaats belaagd door Senegalese kinderen en veel van hun ouders. Ook hier roepen ze in koor ‘Monsieur, donne-moi une cadeau’ ‘Un Bic? Un stylo? Bonbon?’ Er lopen ook enkele ‘artists’ rond die houten prullaria en kralenkettingen proberen te slijten. We zijn er gelukkig een beetje aan gewend. Auto zoveel mogelijk afsluiten en niet te gul met cadeaus, omdat je anders letterlijk bedolven wordt onder de kinderen die ruzieen over de cadeaus. Gelukkig is er ook een prachtig typisch Afrikaans winkeltje met frisse drankjes. Ernaast zit een Orange telecom-shop, waar ik via een vage handelaar een nieuwe SIM kaart met een Senegalees telefoonnummer koop. Ik ben mijn telefoon immers in Mauritanie in de woestijn verloren en kan nu geen SMSjes meer naar naar het messageboard sturen. Met 1500 CFA beltegoed moet ik die 4 dagen in Senegal een heel eind kunnen komen.

Na een uurtje of anderhalf tot twee aan de grens krijgen we plotseling onze paspoorten en autopapieren terug en kunnen we in kolonne, met een douanier in de bus van team 1123, Ted en Vera, weer op weg. Eindbestemming is campement Zebrabar, net voorbij Saint Louis, aan de Senegal Rivier, vlakbij de kust. Nog een kilometer of 40 te gaan. De weg van Diama naar Saint Louis lijkt wel gloednieuw. Glad asfalt en geschilderde stoepranden. Een heel verschil met de wegen aan de andere kant van de grens. Ondanks dat het al donker is lijkt Senegal een heel ander land dan Mauritanie. We zijn nu echt in Afrika. De mensen dragen geen boerka’s en grijze jurken, maar vrolijk gekleurde typisch Afrikaanse kleding. Ook zien we ineens weer veel vrouwen op straat, waar we in Marokko en Mauritanie vooral mannen langs de weg zagen ‘staan’. Ook de huizen zijn in vrolijke kleuren geschilderd en uit veel winkels klinkt vrolijke Afrikaanse muziek. Door de nabije wetlands is het hier ook tropisch groen en klinken duizenden krekels door het autoraam. De rit door de buitenwijken van Saint Louis bevestigt het Afrikaanse beeld, met drukke markten vol gekleurde en soms uitdagend geklede mensen en veel muziek. Wat een verschil! Nu zijn we voor ons gevoel uit de woestijn en echt in Afrika.

Eenmaal Saint Louis voorbij is het een eenvoudige rit met een aantal afslagen richting Zebrabar. De laatste kilometers leiden over een goed te berijden zandpad, gevolgd door een dijkje door een klein ondiep meertje naar de camping. Deze camping is een klassieker onder de overlanders. Op veel buitenlandse auto’s ten zuiden van Saint Louis prijkt de ruitvormige gele Zebrabar sticker. Ook zijn de Zwitserse eigenaars duidelijk gewend aan grote groepen die halverwege de avond komen aanzetten. Binnen no time is iedereen geregistreerd en zitten we aan het bier (1,87 Euro voor een halve liter Gazelle). Ook is er een goede maaltijd voor ons geregeld en eten we lekker vis met rijst en een lekkere saus, met een plakje cake toe. We zetten pas na het eten onze tent snel op en het wordt best laat eer we gaan slapen. Morgen hebben we een rustdag.

Dakar2008_1363 Dakar2008_1380

Leave a Reply

Your email address will not be published.