Winterhike blog – Cairngorms 2007 (part 3 – storm!)

Vrijdag 9 februari 2007

Expeditieleden Cairngorms 2007The winds have been strong from the South-East and summit temperatures have remained very cold. Snow showers and heavy drifting have led to deep accumulations of soft slab developing on West through North to North-East aspects above 700 metres.  On a North-West aspect at 1050 metres tests showed a very weakly bonded snowpack and spontaneous shooting cracks were also noted. The avalanche hazard is High (Category 4). COMMENT: Maelstrom conditions on the hill today.

We worden die ochtend ruw wakker geschud door een sterk toenemende wind. Rond 3 uur ‘s nachts buldert deze zo luid om het kamp dat we alle 7 vanaf dat moment klaar wakker zijn. Rond 6 uur neemt de wind verder in kracht toe en beginnen de tenten gevaarlijk plat tegen de grond te worden gedrukt. We proberen de tentjes met armen en benen omhoog te houden, maar hebben moeite tegen de wind in te duwen. We gaan met onze ruggen tegen het doek zitten, maar zelfs dit is niet voldoende in de windvlagen van misschien tot wel 120 km/h. Alle sneeuw is inmiddels weggeblazen en we worden (naar later blijkt) beschoten met kleine steentjes die onder de sneeuw vandaan komen en door de orkaan tegen de tent en onze ruggen en hoofden worden geblazen. Het is een wonder dat de tenten het houden. Iedereen ligt inmiddels volledig aangekleed in de slaapzak, om er klaar voor te zijn als het doek toch nog scheurt.

De voor- en achterflappen van beide tenten waaien al vroeg in de ochtend los. We zijn bang dat de paar uitrustingsstukken (inclusief schoenen, gamaschen, maar ook rugzakken die buiten liggen) weg zullen zijn. Maar door de alertheid van enkelen van ons die toch naar buiten gaan om te plassen, houden we alles bijeen. Schoenen worden naar binnen gehaald en de rugzakken blijken te zwaar en te stevig aan de tenten te zijn geknoopt om ver weg te waaien. Uiteindelijk raakt er geen enkel uitrustingsstuk kwijt.

8 uur 's morgens: We hebben handen en voeten nodig om de boel rechtop te houden.

8 uur ‘s morgens: We hebben handen en voeten nodig om de boel rechtop te houden.

Alle beschermende sneeuwwallen zijn volledig weggewaaid. De voor en achtertenten zijn losgeblazen en de wind heeft vrij spel om de tenten plat te laten gaan. Gelukkig houden het doek en de stokken -- The North Face kan wat ons betreft niet meer stuk!

Alle beschermende sneeuwwallen zijn volledig weggewaaid. De voor en achtertenten zijn losgeblazen en de wind heeft vrij spel om de tenten plat te laten gaan. Gelukkig houden het doek en de stokken — The North Face kan wat ons betreft niet meer stuk!

Tijdens de eerste vroege uren weten we niet goed wat we zullen doen: blijven waar we zijn of toch maar opbreken. We zijn nu nog warm, maar vroeg of laat moeten we van de berg af. Tot ongeveer half 10 blijven we binnen. De storm raast al die tijd onverminderd voort. Het daglicht en het feit dat enkelen van ons toch buiten kunnen zijn doet ons besluiten de boel in te pakken en via de volgens de kaart snelste route proberen af te dalen naar Glen Einich, ten westen van ons kamp. De oorspronkelijke route over een aantal toppen naar de Corrour Bothy lijkt ons nu te gevaarlijk.

We breken met z’n zevenen de tenten een voor een af. Drie man vasthouden, vier man afbreken. Het kost veel moeite, maar we houden alles bijeen. De sterke aluminium tentstokken blijken allen als ijzerdraadjes te zijn verbogen, maar ze zijn niet gebroken! We konden ze later met de hand niet meer terugbuigen. In de gierende wind proppen we alles in de rugzakken en we lopen schuin met de wind mee over het plateau in westelijke richting. We mikken op de helling tussen Coire Bogha-cloiche en Coire nan Clach, juist ten noorden van Coire Dhondail (de helling van 2005). Zie ook de gedetailleerde kaart van dit stukje van de route.

De eerste paar honderd meter van de route zijn vlak en relatief snel afgelegd, ondanks de windstoten die ons elke paar stappen omverblazen. We wijzen een voor- en achterman aan en zorgen ten allen tijden binnen elkaars zichtafstand te blijven. Het zicht is tussen de 5 en 15 meter, in een volledige white-out. De voorste man kan niet inschatten of elke volgende stap omhoog of omlaag voert.

Het wordt nu geleidelijk steiler omlaag. De bodem blijft echter slechts dun met sneeuw bedekt en we lopen over kleine rotsveldjes. Tot het op een gegeven moment nog steiler wordt en de rotsen onder de sneeuw verdwijnen. We steken nu een klein sneeuwveld over tussen twee stukken met zichtbare rotsen. De helling zal zo’n 30 graden schuin omlaag zijn geweest. De sneeuw is zo’n 20 tot 30 centimeter diep. Hier wordt het lawinegevaar ineens erg groot. Enkelen van ons glijden af en toe enkele meters omlaag. De voorste man heeft het rotsveldje bereikt en gaat wankelig zitten in de bulderende wind. Anderen staan halverwege het sneeuwveld of nog op het eerste rotsveldje, te vechten om rechtop te blijven staan en niet uit te glijden. Het wordt nu kritiek gevaarlijk. Als iemand hier verder dan een meter zou uitglijden verliest hij de controle. Daarbij is het ook nog erg waarschijnlijk dat we een lawine veroorzaken die ons over een helling van anderhalve kilometer lengte zo’n 700 meter omlaag stort.

Dit is het kritieke moment in de tocht. De voorste en tweede man weten niet hoe nu verder te gaan. Een meter of 20 omlaag lijkt af en toe een sneeuwwal zichtbaar, wat kan duiden op een klif erachter. Iemand roept: “We moeten terug omhoog!” en enkelen draien zich om om weer terug de helling op te klauteren. Iemand schreeuwt: “Bij elkaar blijven!” en we kruipen langzaam weer naar elkaar toe. De achterste mannen gaan nu voorop tegen de helling op terug. We hebben nu de snijdende wind en sneeuw recht in het gezicht. De fijne sneeuwkristallen doen pijn, maar komen ook in de sneeuwbrillen terecht, waardoor het vrijwel onmogelijk is om de ogen open te houden. Op handen, knieen en voeten kruipen we in een rij omhoog tot we voelen dat de helling minder steil wordt. We grijpen iedere uitstekende rots als een punt van veiligheid. Het lijkt een eeuwigheid te duren en de helling omhoog lijkt langer dan die we eerder naar beneden waren gegaan.

Op een gegeven moment kunnen we weer voorzichtig rechtop lopen, ook al blijft de storm ons telkens omver blazen. Op een rotsplateautje gaan we dicht bij elkaar zitten. Het is net na 12 uur ‘s middags. Na enkele seconden besluiteloosheid en angstige gevoelens roept iemand: “Bel 112 maar!” en dat is wat we onmiddelijk doen. Een van ons heeft een telefoon in de zak en we blijken vrijwel perfecte ontvangst op het toestel te hebben. Door de toetsenvergrendeling heen bel ik het Europese noodnummer. De operator verbindt me direct door met de politie. De persoon aan de andere kant van de lijn is door het bulderen van de wind moeilijk te verstaan. Ik leg kort onze situatie uit: “Seven Dutch climbers are stuck on the high plateau in between the summits of Braeriach Mountain and Angel’s Peak. We tried to get off the plateau in westerly direction, but were forced back by the high winds and steep slopes. We request advice.” De persoon aan de andere kant van de lijn vraagt of er gewonden zijn en vervolgens onze GPS positie. Gelukkig hebben we die onmiddelijk bij de hand: N57’54″309, W03’43″108 (of iets in die richting). We geven ons telefoonnummer en krijgen het advies op die positie te wachten tot we worden teruggebeld.

Na 20 minuten, rond 13.00 uur zijn we nog niet teruggebeld. We krijgen het echter erg koud op het plateau en willen actie. Ik bel nogmaals 112 en wordt onmiddelijk met de zelfde politieman doorverbonden. Nogmaals dezelfde vragen. Nogmaals het verzoek te wachten. maximaal 10 minuten en we zouden worden teruggebeld door het Mountain Rescue Team. Na 10 minuten wordt het enkelen van ons teveel. We rillen van de kou en besluiten een nieuwe route te kiezen en maar te gaan bewegen. We staan op en kiezen voor een recht noordelijke richting. Na een minuut of 5 te hebben gelopen worden we dan toch teruggebeld. Het is de 112 operator die ons nummer checkt en belooft dat binnen een minuut iemand van het Mountain Rescue Team zal bellen. We hangen op en worden inderdaad vrijwel direct teruggebeld. Het is Jim van het Cairngorm Mountain Rescue Team. Hij vraagt nogmaals naar onze GPS positie. Hij is moeilijk te verstaan. Ik vertel hem van onze situatie en ons plan in noordelijke richting te gaan lopen om in een zijdal van Glen Einich uit komen. Jim gaat accoord met dit idee en legt uit dat we dit op eigen kracht wel kunnen doen. Ik begrijp uit zijn woorden dat hij het hierdoor niet nodig vindt om een rescue team onze kant op te sturen. Hij zegt dat hij elk kwartier contact zal opnemen en onze voortgang van afstand in de gaten wil houden. We hangen op. De storm blaast in onze rug en gesteund door de bevestiging van Jim vervolgen we onze weg.

Jim heeft gezegd dat onze route eerst geleidelijk en vervolgens iets steiler omlaag zal voeren. Hij zegt dat we een kompaskoers van 0 graden moeten aanhouden en de westelijke corries (hellingen) moeten vermijden vanwege de steile kliffen. We zien vrijwel niets, maar het verhaal lijkt te kloppen. Naarmate we lager komen zou de wind moeten gaan liggen en het zicht beter moeten worden. Het eerste uur gebeurt dit vrijwel niet, maar zo’n 200 meter lager zien we af en toe vlagen bergwand en soms zelfs de overkant van Glen Einich. Op zo’n 1000 meter hoogte lopen we langs het (onzichtbare) Loch Coire an Lochain door een redelijk vlak boulderveld. Hier krijgen we weer vertrouwen in de zaak. Ons laatste gesprek met Jim begint met: “I think we are gonna live, Jim!”. Hij kan er wel om lachen. We krijgen de opdracht ons bij het politiebureau in Aviemore af te melden zodra we daar aankomen. We bellen ook kort met het thuisfront, nadat Jim ons vertelt dat zij naar Nederland hebben gebeld en ze ook daar angstige momenten doormaken.

Het boulderveld juist ten noordwesten van Loch Coire an Lochain op 1000m. We hebben weer zicht!

Het boulderveld juist ten noordwesten van Loch Coire an Lochain op 1000m. We hebben weer zicht!

Het zicht blijft beperkt, maar we krijgen de moed weer te pakken. Hier zijn we in het boulderveld op zo'n 900m.

Het zicht blijft beperkt, maar we krijgen de moed weer te pakken. Hier zijn we in het boulderveld op zo’n 900m.

We kruisen een aantal kleine stroompjes.

We kruisen een aantal kleine stroompjes.

Aan het eind van de dag is de zwaarte van de tocht aan onze kleding te zien...

Aan het eind van de dag is de zwaarte van de tocht aan onze kleding te zien…

Na het boulderveld krijgen we een klein riviertje in het vizier, de Allt Coire an Lochain, die de route volgt die we willen lopen. We houden het stroompje aan onze linkerhand terwijl we verder afdalen. We spreken ook af om ons kamp langs dit beekje op te slaan op de eerste de beste geschikte vlakke plek. Na een kwartiertje wordt de helling vrijwel vlak. Al snel zien we direct langs de beek een komvormige meander, die enige beschutting lijkt te bieden. Er passen makkelijk twee tentjes in de kom en we besluiten hier te overnachten. We graven de sneeuwwal in de kom een eind uit om nog meer beschutting tegen de wind te krijgen en zetten de tentjes vlak tegen elkaar aan. Het waait nog steeds erg hard en we krijgen de branders niet aan de praat. We hebben het koud en besluiten maar water uit de beek te halen en binnen in de partytent een maaltijd te maken van snacks en water. We eten veel verschillende droge worsten, een zak elitehaver, hartkeks, sultana’s, kaas en drinken (veel) water en (weinig) whisky. Daarna kruipen we snel in de klamme maar toch nog wel redelijk warme slaapzakken.

In de late middag schemering graven we een kampeerplaats uit in een relatief beschutte meander van de rivier.

In de late middag schemering graven we een kampeerplaats uit in een relatief beschutte meander van de rivier.

Go to part 4 –>

One thought on “Winterhike blog – Cairngorms 2007 (part 3 – storm!)

Leave a Reply

Your email address will not be published.